Zelfevaluatie

Voor de kinderopvang is nieuwe wetgeving in de maak. Die zal aansluiten bij het akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang dat in juni 2016 gesloten is. Bij de invoering van de nieuwe wetgeving, zal het toezicht ook veranderen. De herijking van de wet en Het Nieuwe Toezicht richten zich onder meer op kwaliteitsverhoging en heldere regels. De wettelijke verplichtingen rondom opvoeden in de kinderopvang, de pedagogische opdracht, worden dus aangescherpt en toegespitst. Tegelijk komt er meer ruimte voor maatwerk en innovatieve praktijken. Het effect hiervan is, dat er meer mogelijkheden komen voor ondernemingen om eigen keuzes te maken op het gebied van de pedagogische kwaliteit. Ondernemers kunnen zelfstandiger hun richting bepalen, zich duidelijker profileren met kwaliteit en de ruimte nemen om hun meerwaarde aan te tonen. Transparantie over de keuzes rondom pedagogische kwaliteit sluit goed aan bij de insteek van de wet.

In Nederland opereert een kinderopvangondernemer of -stichting in een private markt. De verwachting is, dat steeds vaker het pedagogisch beleid gebruikt zal worden als een manier om zich te profileren in die markt. De pedagogische keuzes in het beleid vormen dan eigenlijk een pedagogische belofte, een vakinhoudelijke belofte die aan de ouders en hun kinderen wordt gedaan. De pedagogische belofte is onderdeel van een klantbelofte. De ondernemer kan zich er naar buiten toe mee onderscheiden.

Bij het toenemende belang van zowel de keuzes in pedagogische kwaliteit als de transparantie daarover, kunnen instrumenten voor (zelf)evaluatie een belangrijke rol in spelen. Dat zijn instrumenten die een ondernemer  of stichting helpen bij het meten en transparant maken van diens pedagogische belofte. Het gaat dan dus om instrumenten die zich niet richten op de verplichtingen die de wet oplegt, maar op de ‘vrije ruimte’ die organisaties hebben.

Initiatieven
BKK neemt in 2016 meerdere initiatieven op het gebied van dit belangrijke thema van transparantie over de pedagogische belofte en de daarmee samenhangende (zelf)evaluatie. Steeds in afstemming met de branche en andere stakeholders. Zo was er in juni een studiereis naar Londen, op uitnodiging, rond het thema inspectie en zelfevaluatie. Eén van de wetenschapstafels die BKK regelmatig organiseert richtte zich op het meten van kindmaten als indicatoren van de pedagogische kwaliteit, zoals welbevinden en spelbetrokkenheid. Ook tijdens het 2e BKK Wetenschapscongres op 1 november jl. was dit één van de thema's. Hieronder beschrijven we twee initiatieven; de menukaart en de leergang.

Menukaart
BKK werkt in 2016 aan een menukaart met aanbevolen instrumenten. Dat doen we in afstemming met het ministerie van SZW. Daarbij zijn we volgend aan de keuzes die bij de herijking van de wet en in Het Nieuwe Toezicht gemaakt worden, zodat de menukaart zal bestaan uit instrumenten die gericht zijn op de pedagogische belofte en niet op controle of voldaan wordt aan de pedagogische opdracht. Ondernemers kiezen naar wens instrumenten om in hun organisatie in te zetten. BKK zal geen data verzamelen of benchmarks houden; tegelijk is het niet uit te sluiten dat de branche zelf initiatieven in deze richting zal nemen. De eerste stappen richting het opstellen van de menukaart zijn in 2015 al gezet, door het verzamelen van een longlist met Nederlands- en Engelstalige instrumenten. Dat is een lijst met honderden instrumenten gericht op pedagogische kwaliteit in ruime zin: proceskwaliteit, structuurkwaliteit en uitkomstmaten, maar ook randvoorwaardelijke aspecten als indicatoren voor lerende organisaties. Op de lijst staan de bekende instrumenten, zoals de NCKO monitor en Werken aan welbevinden, maar ook minder bekende instrumenten, deels aangereikt na een oproep van BKK om deze instrumenten bij ons bekend te maken. In april 2016 is met externe deskundigen een eerste stap gezet in het bepalen wat de criteria zijn voor een plek op de menukaart: in juni zijn de belangrijkste criteria geconcretiseerd waarmee een eerste ronde van beoordeling plaats kon vinden. Het resultaat van die eerste ronde, die in juli plaatsvond, was dat ongeveer de helft van de instrumenten afviel. Na de zomer zijn aanvullende criteria vastgesteld en geconcretiseerd. De beoordeling van de overgebleven instrumenten loopt vanaf oktober en ook in deze fase zijn managers en adviseurs uit de kinderopvang betrokken, onder meer om mee te denken over de weging van criteria. Voorjaar 2017 zal de menukaart gereed zijn. Deelnemers aan de leergang werken er als eerste mee.   

Leergang ‘Pedagogische kwaliteit als strategische meerwaarde in de kinderopvang’
BKK biedt in samenwerking met de goed aangeschreven Avicenna academie voor leiderschap een unieke leergang aan. Het onderwerp is ‘Pedagogische kwaliteit als strategische meerwaarde in de kinderopvang’; directeuren en bestuurders kunnen de leergang volgen en hiermee een voorsprong nemen op het gebied van het profileren van hun organisatie op pedagogische kwaliteit. De inhoud van de leergang sluit goed aan op de nieuwe wetgeving en het nieuwe toezicht, die ruimte bieden voor eigen keuzes op pedagogisch gebied en transparantie hierover richting de klant. Het inzetten van instrumenten voor (zelf)evaluatie van pedagogische kwaliteit vormt een belangrijk onderdeel van de leergang.
De aftrap, in oktober 2016, bestond uit een tweedaagse studiereis naar Gent, waar de deelnemers onder meer bijgepraat zijn over MeMoQ, een belangrijk Vlaams project waarin een visie op kwaliteit is ontwikkeld en waarbij meetinstrumenten uitgebreid worden ingezet. Daarna volgde deelname aan het 2e Wetenschapscongres van BKK en vervolgens zijn er, in de periode tot zomer 2017, nog enkele bijeenkomsten onder leiding van een docent die zijn sporen op het gebied van marketing van dienstverlening verdiend heeft. Er nemen ongeveer 30 directeuren en bestuurders deel. Inschrijven is niet meer mogelijk.